Tussen kant en wal

Voor een gebied als de Zaanstreek dat in tweeen wordt gedeeld door een belangrijke waterloop als de Zaan speelden en spelen oeververbindingen een uiterst belangrijke rol. Eerst waren er de veerbootjes en wagenveren waarmee de dorpelingen naar de overkant van de Zaan werden gevaren. Later werden deze vervangen door bruggen. Aanvankelijk voor voetgangers en fietsers. Later ook voor het gemotoriseerde verkeer.

Aanleiding voor de uitgave van het boek Tussen kant en wal is de bouw van de nieuwe Prins Bernhardbrug, waarvan op 21 december 2005 de eerste paal werd geslagen. In het boek zal uitgebreid aandacht worden geschonken aan de nieuwe oeververbinding, met uitvoerige informatie over het ontwerp van Royal Haskoning Architecten, de bouwers van de staalconstructie Mercon Steel Structures en de werkzaamheden van de BAM-groep. Daarnaast aandacht voor de vele details, zoals de fundering, het gewicht van het beweegbare deel, de hoogte van de doorvaart en de aansluiting op de beide Zaanoevers.

In het boek Tussen kant en wal staat in reeks van 25 afzonderlijke verhalen de door de streek kronkelende Zaan centraal, vanaf de Voorzaan tot aan de Tapsloot in Oost-Knollendam, een lengte van elf kilometer. Ofwel, vanaf de Den Uylbrug tot aan de Clausbrug. De inspanningen en bemoeienissen van particulieren en gemeentebestuurders om een brug te slaan tussen de beide Zaanoevers zijn van alle tijden. Vanaf de middeleeuwen tot op de dag van vandaag is een vlotte oversteek van de oostkant naar de westkant en vice versa een onderwerp dat vooral de politieke en economische gemoederen bezighoudt.

Het complete bruggenbestand uit heden en verleden wordt nader onder de loep genomen. Vijftien stuks in totaal. Soms ligt het accent op de bouwkundige details van het technische bouwwerk, dan weer op de bestuurlijke problemen en ingrijpende slooppartijen die vooraf gingen aan de komst van de brug. Soms ligt de nadruk op de feestelijke ingebruikname en de door de tijd aangetoonde relativiteit van de vermeende oplossingen van het verkeersvraagstuk.

Niet alle vijftien vaste oeververbindingen hebben de druk van de tijd overleefd. De opgeschroefde eisen van de vooruitgang en het toenemende verkeer kostten sommige de kop. Zo verdween de smalle De Hoopbrug in Zaandam, gebouwd in 1882, na 60 jaar trouwe dienst in 1942 naar de schroothoop.

De Wilhelminabrug die tijdens de openstelling in 1903 nog gold als een toonbeeld van een vooruitziende blik ruimde in 1965 het veld voor een aanzienlijk bredere versie. De in 1902 gebouwde Noorderbrug maakte met zijn komst een einde aan de broodwinning van een aantal Koogse veerbazen, maar legde uiteindelijk zelf het loodje in 1976 na de bouw van de nabijgelegen Willem-Alexanderbrug. En ook de spoorbrug werd in 1992 vervangen door een nieuw exemplaar.

Voor sommige bruggen die aan de greep van de vernieuwing zijn ontsnapt, is het einde nabij. De in 1936 geopende Julianabrug in Zaandijk staat op de nominatie om te worden vervangen. Dat geldt ook voor de uit 1889 stammende Zaanbrug van Wormerveer.

In onze huidige tijd is het bijna niet voor te stellen dat de smalle brug in de Hoge Dam in Zaandam eeuwenlang de enige vaste oeververbinding was in de Zaanstreek. Pas in 1882 kwam daar De Hoopbrug bij, in 1889 gevolgd door de Zaanbrug. Met name in de tweede helft van de vorige eeuw kwam daar in snel tempo verandering in met de komst van een achttal nieuwe bruggen.

Veren, groot en klein, varierend van flinke roeischuiten tot ijzeren wagenveren (schouwen) en van (stoom)pontjes tot motorbootjes bepaalden tot ver in de vorige eeuw het overzetverkeer op de Zaan. De pontjes bij het Vissershop en het Ruijterveer hielden het langst vol en werden pas in de jaren zestig uit de vaart genomen.

De nadruk in het boek ligt op de bruggen. Daarvan is veel informatie bewaard gebleven. Dat kan helaas niet gezegd worden van de veren. Het achterhalen van het aantal veren dat de Zaan in het (verre) verleden heeft bevaren is en blijft een heksentoer. Veel is ongeschreven gebleven. Voor toenmalige geschiedschrijvers was de dagelijkse arbeid van veerbazen geen interessante materie. Hun namen, details en belevenissen zijn geruisloos verdwenen. Slechts wanneer ze in aanvaring kwamen met de gemeentelijke, provinciale of zelfs landelijke overheid duiken hun namen op in officiele stukken. Dat is jammer. Eeuwenlang vormden zij de belangrijkste schakel tussen oost en west, zwoegend aan de riemen in weer en wind, voor een paar centen, bij dag en ontij, zeven dagen in de week, van s morgens bij het kraaien van de haan tot het pikkedonker. Veelal mannen, maar ook een enkele vrouw, die over een ijzeren gestel dienden te beschikken om de klandizie ter wille te zijn.

Van de ongetwijfeld talrijke veren die in de loop der tijden de Zaanoevers verbonden, zijn de gegevens van een 25-tal veren boven water gehaald. De meeste daarvan zijn uitvoerig behandeld, een klein aantal echter komt fragmentarisch aan bod.

Formaat : 24 x 16,5 cm liggend
Omvang : 144 pagina’s
Bindwijze : genaaid gebonden

Reactie toevoegen

Velden met een * zijn verplicht.